Je hebt de dag goed doorstaan. Je bleef vriendelijk, loste problemen op en deed wat nodig was. Pas wanneer je thuiskomt, verandert er iets. Je wordt kortaf, voelt Je hebt de dag goed doorstaan. Je bleef vriendelijk, loste problemen op en deed wat nodig was. Misschien hield je een vergadering vol, ving je anderen op of werkte je gewoon je volledige lijst af.
Pas wanneer je thuiskomt, verandert er iets.
Je wordt kortaf. Je wilt niemand meer horen. Misschien voel je ineens tranen, hoofdpijn, spanning in je schouders of een enorme behoefte om alleen te zijn.
Je grens pas achteraf voelen kan verwarrend zijn. Want tijdens de dag leek het toch allemaal nog te gaan?
Waarom kun je je grens pas achteraf voelen?
Wanneer er veel van je gevraagd wordt, verschuift je aandacht vaak naar functioneren.
Wat moet er gebeuren? Wie verwacht iets van mij? Wat moet ik nog oplossen? Wat komt hierna?
Je brein richt zich dan vooral op wat nodig is om de situatie door te komen. Lichamelijke signalen en emoties verdwijnen daardoor niet, maar ze krijgen soms minder aandacht.
Pas wanneer de druk afneemt, ontstaat er ruimte om te merken wat er eigenlijk al aanwezig was.
Dat betekent niet automatisch dat je geen grenzen hebt. Het kan juist betekenen dat je signalen later opmerkt dan het moment waarop ze begonnen.
Bij vrouwen die veel verantwoordelijkheid dragen, zich gemakkelijk aanpassen of sterk reageren op prikkels, kan dat heel herkenbaar zijn.
Je lichaam geeft vaak eerder signalen dan je denkt
Een grens begint niet altijd met een duidelijke gedachte als:
Dit is te veel. Ik moet stoppen.
Vaak begint het subtieler.
Misschien merk je dat:
- je ademhaling oppervlakkiger wordt;
- je kaken gespannen zijn;
- je sneller geïrriteerd raakt;
- je moeilijker kunt nadenken;
- geluid harder binnenkomt;
- je steeds meer op automatische piloot functioneert.
Als je die signalen pas thuis opmerkt, lijkt het alsof je reactie uit het niets komt.
Maar vaak was er al eerder informatie.
Gebruik GEL als korte check-in
Een eenvoudige manier om signalen eerder zichtbaar te maken is GEL: Gedachten, Emoties en Lichaam.
Je hoeft daar geen uitgebreid dagboek voor bij te houden.
Sta bijvoorbeeld één of twee keer per dag kort stil bij drie vragen:
Gedachten: Wat gaat er momenteel door mijn hoofd?
Emoties: Wat voel ik?
Lichaam: Wat merk ik lichamelijk?
Misschien ontdek je dat je hoofd zegt “nog even doorgaan”, terwijl je lichaam al gespannen is en je irritatie begint toe te nemen.
Dat is nuttige informatie.
Een signaal is nog geen opdracht
Het doel is niet dat je bij ieder ongemakkelijk gevoel meteen alles moet laten vallen.
Een signaal geeft informatie. Daarna kun je kiezen.
Misschien heb je vijf minuten stilte nodig. Misschien wil je iets niet onmiddellijk beantwoorden. Misschien is het tijd om een afspraak te verschuiven of aan iemand duidelijker te zeggen wat voor jou wel en niet haalbaar is.
Hoe eerder je een patroon herkent, hoe kleiner de kans dat je pas reageert wanneer je volledig leeg bent.
Van achteraf begrijpen naar eerder herkennen
Je hoeft je grenzen niet perfect aan te voelen om ermee te leren werken.
Begin klein.
Kies één moment waarop het regelmatig misloopt en kijk achteraf terug:
Wat gebeurde er vlak vóór ik merkte dat het te veel was?
Dat ene inzicht kan al helpen om de volgende keer iets eerder te herkennen wat je nodig hebt.
Blijven je reacties zeer intens, is er sprake van trauma, paniek, depressieve klachten, onveiligheid of ernstige psychische nood, dan is coaching mogelijk niet de juiste eerste stap. Bespreek dit met je huisarts of een bevoegde hulpverlener.
Wil je één terugkerend patroon eens rustig uitwerken op jouw eigen situatie?

